Missie

Dit plan heeft als thema ‘Samen geloven’ en geeft aan welke richting de kerkenraad heeft voor de periode die voor ons ligt.
 
Waarom dit thema? Samen geloven, dat lijkt vanzelfsprekend in de kerk. Toch is het bijzonder. Sinds 6 juni 2011 vormen wij officieel de Protestantse Gemeente van Sint Pancras. Voor deze datum werkten de hervormde gemeente en de gereformeerde kerk al enkele jaren samen, de laatste tijd binnen een federatie. Nu de fusie officieel een feit is, gaan we ook samen verder als gemeenschap. Ieder lid, gereformeerd of hervormd, jong of oud, betrokken of minder actief, draagt daarin zijn eigen geschiedenis mee. Geloof, cultuur, vertrouwdheid en traditie maken daarvan deel uit. Daar willen we zorgvuldig mee omgaan. Als lidmaten van één lichaam willen we groeien in verbondenheid met ruimte voor diversiteit. Daarom kiezen we voor samen geloven als focus.

Rimpels in de tijd of toch niet?

Tijdens de gemeentevergadering eind vorige maand vertelde dhr. Alwin Kaas­hoek over de vorderingen in het onderzoek naar de herbestemming of toe­komst van de Witte Kerk. Hij noemde daarin de beslissingen van de voorbije kerkbesturen, inzake het beheer van de Witte kerk, rimpelingen in de tijdlijn van deze kerk. Al deze besturen hebben echter wel, in hun tijdsgeest geplaatst, het maximale proberen te doen wat mogelijk was. Alles met het doel de kerk in stand te houden voor de volgende generatie(s). De vergankelijkheid van de mens en hun prestaties wordt vooral duidelijk als we het hebben over de geboorte van Jezus. In de Bijbel wordt beschreven hoe de geboorte van Jezus plaatsvond in een stal tussen de beesten. Geleerden uit een ver land vonden Jezus door middel van een ster. Op zich is het bijzonder dat dit zo in de Bijbel staat. Een ster geeft nog licht op aarde als hij al miljoenen jaren dood is. Ik weet niet goed of ze dat al wisten in die tijd, maar het is een mooi gegeven dat de kerstboodschap niet door mensen werd doorgegeven, maar door een praktisch onvergankelijke ster. De kerken lopen leeg, wij hebben geen tijd meer voor God. Als je het oude, maar ook het nieuwe testament erop nazoekt, vind je vele voorbeelden van dit fenomeen. Het is een mooie zekerheid dat dit ook rimpels bleken in de tijd. De kerstboodschap over Jezus is inmiddels al ruim 2000 jaar oud, maar zal nog ver na ons blijven doorklinken en dat is ze­ker geen rimpel in de tijd, maar een vaststaand feit.

Ik wens jullie allemaal een bijzonder zinvolle kerst toe.

Wilt u reageren?

Mijn geloof in God

Het Dwingelderveld, Drenthe, een paarse gloed van de hei met af en toe een schaap, een koe. We fietsen achter elkaar over het smalle schelpenpaadje en komen aan de rand van de hei langs een grote radiotelescoop. Er is open dag, dus afstappen, en met elkaar (Hans, Louise, Eline, Rosalie en ik) een kijkje gaan nemen. Drie mannen vertellen vol passie over de ontdekkingen die via deze telescoop zijn gedaan. Termen als “zonnestelsel”, “Melkweg”, “planeten”, ze waren er vol van. Wij keken op een gegeven moment wat glazig, nou ja vooral ik. De meiden vonden al die plaatjes en knopjes wel boeiend om te zien. Tot één van de fanate vertellers begon: “Zoals in de Bijbel al stond geschreven, zijn er meer sterren in het universum dan zandkorrels op aarde.” Ik was opeens weer bij de les. We kregen het over het geloof en het bleek dat de gepensioneerde wetenschapper belijdend lid van de katholieke kerk was. Hij gaf op een gegeven moment aan: “In de wetenschap proberen we alles te verklaren, onder meer over hoe de planeten en sterren zijn ontstaan, maar wat mij bezighoudt is dat op geen enkele andere planeet, die tot nog toe is ontdekt, er leven is vergelijk­baar bij ons op aarde. Zal dat dan de vinger van God zijn?!”

Niet alles in het leven hoeft verklaarbaar te zijn van mij of als “toeval” worden afgedaan, sommige dingen Geloof ik, dat is mijn geloof in God.

Kristianne Geus

In beweging

Missionair Werk: de kerk naar buiten

“Soms wordt het minder: minder mensen, minder dominee, minder geld. Dat doet pijn. En toch kan dat oog geven voor het echte ‘meer’: het levende Woord van de Heer, de nabijheid van een God van liefde die ons aan elkaar geeft”, klinkt het in de visienota ‘De Hartslag van het leven’.
Juist die opmerking legt de vinger bij het missionair gemeente zijn in deze tijd. Aan de ene kant ontstaat er inderdaad dat gevoel van urgentie, maar aan de andere kant komt er dan ook ruimte voor nieuwe hoop, nieuwe energie en nieuwe moed.
Missionair gemeentezijn, dat klinkt heel ingewikkeld. Maar het betekent niets meer dan ‘gezonden zijn’. En van die roeping, die zending, wordt men zich steeds meer bewust: dat wij ingeschakeld worden en zijn als uitgezonden mensen en als een kerk die gezonden is. ‘Kerk naar buiten’ wordt dat ook wel genoemd. En kerk die naar buiten gericht is, wordt ook van binnen anders. Misschien wel aantrekkelijker, meer relevant, meer verwelkomend. Voor mensen van buiten én van binnen.
Gemakkelijk klinkt dat allemaal niet. Een veel gehoorde klacht is: “Als kerk doen we al zo veel, moeten we nu nog meer doen?” Het gaat bij het missionaire werk niet zozeer om meer doen, maar juist om meer bereiken. Missionair gemeente zijn is dat wat je doet, doen met een missionaire houding. Missionair-zijn werkt door in alles: in de manier van vieren, preken, in je pastorale bezoeken, in het diaconaat, in de huiskringen en het vorming en toerustingsaanbod. Het gaat niet om (nog meer) activiteiten, maar om een houding.