Overdenking

Wie verwekt het leven?

Sla de Bijbel open en je leest een prachtig lied over hoe eens alles begon. Chaos gewordt tot orde. De Gever van alle leven raakt flora en fauna aan: planten, bomen, vogels en vissen, kleine en grote landdieren zien het levenslicht. En dan komt ook de geformeerde mens tot leven. Genesis 1 vers 27 (Bijbel in Gewone Taal): ‘Toen maakte God de mensen. Hij maakte ze zo dat ze op hem leken. Hij maakte ze als man en als vrouw.’

Het scheppingsverhaal is werkelijk een goed verhaal! Verhalen staan centraal op Startzondag 15 september. Er worden tijdens de dienst enkele verhalen ver­teld en we zoeken naar hun betekenis. Na de koffiepauze kun je deelnemen aan diverse spellen, waaronder een spel met Bijbelse afbeeldingen. Misschien stuit je dan op de beroemdste afbeelding van renaissancemeester Michelangelo. De Italiaanse kunstschilder, beeldhouwer, architect en dichter uit de 16e eeuw, die bijna negentig jaar leefde! Het schilderij, waar ik op doel, maakte hij rond 1511. Ruim vierhonderd jaar later vergapen zich dagelijks bezoekers en toeristen aan dit beeld van ‘de schepping van de mens’. Het is wel het beroemdste fresco op het gewelf van de Sixtijnse Kapel in Vaticaanstad. God de Schepper, Gever van leven, is daarop gespiegeld aan de eerste mens. Op het fresco raakt de hand van de Eeuwige net niet de hand van de eerste mens. Adam wordt tot een le­vend wezen, nadat hij als door een soort van vonk door de Eeuwige tot leven wordt gewekt.

Tot leven wekken. Daarover hebben wij (ook nu nog en dat is maar gelukkig maar) geen zeggenschap. Want nieuw leven in flora en fauna, nieuw leven bij dier en mens, dat kunnen wij nimmer afdwingen. Leven wordt u, jou en mij door God gegeven. En daar verwonder ik me elke dag weer over.

Het Scheppingsverhaal, je raakt er nooit over uitgesproken. En het geeft tot in onze tijd genoeg stof tot discussie en gesprek. In een vertaling van ‘Gods Trom­bones’ van James Weldon Johnson, die ik las, staat: ‘Toen wandelde God en keek in het rond naar alles wat hij gemaakt had. (…) Hij keek naar Zijn wereld met alles wat leefde. God zei: nog ben Ik alleen. Toen ging God zitten tegen een helling waar Hij kon denken. Hij zat bij een diepe brede rivier; met Zijn hoofd in Zijn handen dacht God en dacht, tot Hij dacht: Ik maak Adam! (…) en de mens werd een levende ziel.

Zonder mens geen God, zonder God geen mens.

John Bijman, predikant